|

Start
De Thaise keuken
.: Menu :. .: Prijslijst :.
Het verhaal van 'De Lachende Monnik'
Info over Thailand
Je vindt ons ook via
last updated
26/11/2008
|





|
HET VERHAAL VAN 'DE LACHENDE MONNIK'
Toen 'De Lachende
Monnik' op 5 december 1998 voor 't eerst zijn deur opende, ging voor Keeta een
droom in vervulling: zijn 'eigen baas' zijn in zijn 'eigen zaak', zelf zorg kunnen
dragen voor zijn gezin door middel van het werk van zijn handen, een werk dat
hij bovendien zeer graag doet en waar hij echt goed in is : Thais koken.Het
verhaal van 'De Lachende Monnik' begint in Wat Sra Kaew, een tempel van boeddhistische
monniken, gelegen aan de oostelijke oever van de Chao praya rivier, in het district
Pamok, in de provincie Angthong, ongeveer 100 kilometer ten noorden van Bangkok.
(foto
1)
Wat Sra Kaew (vrij vertaald: tempel van het kristallen meer) is niet
enkel een tempel van boeddhistische monniken. Het is vooral een tempel
van kinderen, véél kinderen. De stichter van deze tempel annex weeshuis
is Pra Kru Kantaya Bhivadh (+ oktober 1988). (foto
2) Eind de jaren 30 begon hij met het opvangen van een twintigtal
kinderen. In 1974 (eerste telling) waren er 200 en in 1987 2366 kinderen
aanwezig in Wat Sra Kaew ! Het gaat hier om jongens en meisjes tussen
de leeftijd van 2 tot 15 jaar.
Wie zijn deze 'dek wat' of 'kinderen van de tempel' zoals ze in Thailand
genoemd worden? Waar komen zij vandaan?
Een deel van hen zijn 'echte' weeskinderen. Andere kinderen worden omwille
van hun armoedige levenssituatie door hun ouders in de tempel achtergelaten.
Nog andere kinderen zijn daar vooral voor de school, omdat er vanuit hun
arm dorp geen school bereikbaar is. Sommigen zijn verlaten of mishandelde
kinderen. Er verblijven ook meerdere kinderen met een handicap. (foto
3 - foto
4 - foto
5 -
foto
6)
Niet alle kinderen zijn 'echte' Thai. Veel kinderen zijn afkomstig uit
het noorden van Thailand en behoren tot de etnische minderheidsgroepen:
de Akha, de Karen, de Lisou, de Meo en de Yao.
(foto
7)
Tegen deze achtergrond begint dus het verhaal van 'De Lachende Monnik',
toen Keeta in 1975, als jongetje van 8 jaar, door zijn ouders naar de
tempel werd gebracht omdat er in hun dorp geen school was. Keeta groeide
op in Wat Sra Kaew, temidden van de honderden kinderen, geleid door
een handvol volwassenen.
In de tweede helft van de jaren 80 kampte Wat Sra Kaew met zeer grote
problemen. Pra Kru Kantaya Bhivadh weigerde geen enkel kind en het verhaal
van zijn 'grenzeloze goedheid' geraakte verspreid over de arme bevolking
van Thailand. De toename van het aantal kinderen in Wat Sra Kaew was
exponentieel, maar de middelen om ze adequaat op te vangen, volgden
niet. Het gevolg was dat er grote problemen ontstonden op vlak van gezondheid,
infrastruktuur en organisatie.
In 1986 schreef Pra Kru Kantaya Bhivadh een brief, gericht aan "elke
dokter van goede wil" : "Wij doen een beroep op uw edelmoedigheid. Wij
zorgen voor 2124 weeskinderen en hebben enkel geld om hun dagelijkse
voeding te bekostigen."
Via een Thaise vrouw die in België woonde, geraakte deze brief toevallig
in handen van dokter Yves uit Brussel. Na heelwat inspanningen zorgde
hij er voor dat het 'Project Wat Sra Kaew' werd ingediend én erkend
voor subsidiëring door het Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking
in België. Belgische ontwikkelingshelpers konden vertrekken naar Thailand.
Intussen zat ik hier in België, afgestudeerd als orthopedagoge, nog
jong en vol idealen om de wereld te verbeteren en met een droom om ooit
eens te kunnen 'vertrekken', ver weg, liefst naar Azië. Maar dat bleek
niet zo gemakkelijk. Ik zocht en schreef veel, volgde een cursus om
te kunnen vertrekken, maar het was duidelijk dat er nergens iemand op
mij echt zat te wachten...
In 1988 plande ik een reis naar Thailand om mijn pleegkind van Foster
Parents Plan te gaan bezoeken. Ik wou tevens van de gelegenheid gebruik
maken om ter plaatse enkele Belgische ontwikkelingshelpers te gaan opzoeken
in de hoop dat ze misschien wel werk hadden voor mij... Tijdens de
voorbereiding van mijn reis kwam ik in kontakt met dokter Yves die net
op het punt stond om voor 2 jaar naar Thailand te vertrekken. Mijn reis
naar Thailand viel samen met de start van zijn project in Wat Sra Kaew.
Ik bracht een deel van mijn vakantie door in Wat Sra Kaew waar ik dokter
Yves mocht meehelpen bij de behandeling van de allerjongste kinderen
tegen schurft.
Het is ook daar, in Wat Sra Kaew, dat ik Keeta voor 't eerst heb gezien.
Keeta was toen nog monnik. (foto
8) Hij viel mij vooral op door zijn stralende glimlach.
Met heel veel spijt dat het voorbij was, keerde ik na een maand Thailand
terug naar België. Het land, de mensen daar, maar vooral de kinderen
van Wat Sra Kaew hadden een indruk op mij gemaakt die ik met geen woorden
kan beschrijven.
Na drie maanden terug in België ontving ik een brief van dokter Yves:
hij zocht iemand om voor de groep van de kleine jongetjes te zorgen:
zo 'n 100 'kleine mannekens' tussen de 2 en 6 jaar oud. Of ik hiervoor
interesse had? (foto
9 -
foto
10 -
foto 11 - foto
12)
In juli 1988 vertrok ik als Belgisch ontwikkelingshelpster voor 2
jaar naar Thailand. Het is tijdens mijn verblijf in Wat Sra Kaew dat
Keeta en ik mekaar beter leerden kennen. Keeta was na zijn kinder- en
jeugdjaren in Wat Sra Kaew gebleven. Hij was ook gedurende 18 maanden
monnik geweest en hielp op zijn beurt mee zorgen voor de kinderen. (foto
13)
In november 1990 zijn we getrouwd en zijn we samen teruggekeerd naar
België. Ik had een vervangingskontrakt voor 6 maanden bij mijn vroegere
werkgever. Wat ik daarna ging doen of wat Keeta hier in België zou doen,
wisten we niet, maar we zagen het zitten...
Het lot, de voorzienigheid, wie of wat dan ook, waren ons gunstig
gezind. Al gauw vond Keeta werk in een Thais restaurant in Gent. Hij
begon er als afwasser en vrij vlug werd hij hulpkok. Toen de Thaise
kok vertrok om elders te gaan werken, bood de zaakvoerder aan Keeta
de kans om zichzelf als kok te bewijzen, met succes. In totaal heeft
Keeta bijna 8 jaar gewerkt in het Thais restaurant te Gent.
Van bij zijn aankomst in België, in 1990, droomde Keeta hardop van een
eigen restaurantje. 'Vrij' zijn, zelfstandig zijn, was voor hem een
levensdoel. Dat het nog zolang geduurd heeft voor het zover was, heeft
ook een beetje (veel) met mij te maken. Ik zag zijn plannen als zelfstandige
aanvankelijk niet zo goed zitten. Als 'kind van een zelfstandige' kende
ik de keerzijde van de medaille. Bovendien wisten we ook niet goed hoe
we aan zoiets moesten beginnen. Tot mijn vriendin Rezy eind 1997 het
idee opperde om een 'meeneem Thai' te proberen: zo gelijk de Chinees,
maar dan Thai. Bovendien wist ze ook te vertellen dat er op termijn
in het centrum van Drongen een handelspand vrij kwam. Meer hoefde Keeta
niet te horen. Hij wou "één keer in zijn leven de kans krijgen om het
als zelfstandige te proberen; één keer slechts en nadien zou hij er
nooit meer over 'zagen'." Hij "voelde" ook dat het zou lukken (ik wist
het liever zeker...). Uiteindelijk hebben we beslist om het toch te
proberen. Aan de uiteindelijke start van de zaak in december 1998 is
nog een klein jaar voorbereiding vooraf gegaan. De naam 'De Lachende
Monnik', in het Thais "Pra Yiem", hebben we vlug gevonden. Ten tijde
van het Belgisch ontwikkelingsproject in Wat Sra Kaew gaven dokter Yves
en zijn Brusselse collega een aantal monniken een bijnaam. Zo was er
"Pra Pingpong", de monnik die heel graag pingpong speelde. Er was ook
"Pra Rot" (rot = auto), de monnik die voordurend in zijn terreinwagen
over het domein van de tempel reed en "Pra Torasap" (torasap = telefoon)
die altijd aan het telefoneren was. Keeta (die bij de start van het
project nog een monnik was) noemden ze "Pra Yiem" (pra = monnik, yiem
= glimlach), omwille van zijn opgewekt karakter en zijn 'eeuwige' glimlach.
Een betere naam voor de zaak konden we echt niet bedenken...
Tot hier het verhaal van 'De Lachende Monnik'. Voor ons is dit verhaal
ook een verhaal van dankbaarheid, grote dankbaarheid ten opzichte van
al onze klanten die er mee voor zorgen dat 'De Lachende Monnik' er is.
Zonder jullie hadden we dit verhaal niet kunnen vertellen. Daarom,
in naam van Keeta en van mezelf: oprecht dank u wel!
Geertrude De Bruyn
|





|
|